Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 3

Artikel 2:10

Artikel 2:10

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2012

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg 1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien het voorwerp of de stof: a. door de omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg, b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg, of d. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 3. Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt beslist: voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: door het bevoegd gezag als beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning; in de overige gevallen: door het college. 4. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. b. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. c.in het belang van de voorkoming of beperking van overlast of hinder. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:23; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:33; c. standplaatsen als bedoeld in de Standplaatsenverordening; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 6.a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. b. De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. c. De weigeringsgrond van het derde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken. d. De weigeringsgrond van het derde lid, onder c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer. 7. Indien het college bevoegd is om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 8. Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor, eventueel onder door hem te stellen voorschriften, het verbod in het eerste lid niet geldt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel