Naar hoofdinhoud
1.. Voorzieningen kunnen worden verstrekt aan een belanghebbende dan wel aan de werkgever van de belanghebbende. 2.. Het college stemt de ondersteuning en voorzieningen af op het vergroten van de zelfredzaamheid van de belanghebbende via de kortste weg naar duurzame arbeidsinschakeling dan wel een zo hoog mogelijke arbeidsproductiviteit. 3.. Het college legt het individuele aanbod van een voorziening aan een persoon vast in een plan van aanpak. 4.. Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning voor zover er een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 5.. Een persoon die behoort tot de doelgroep re-integratie maar geen bijstandsuitkering ontvangt, heeft geen aanspraak op ondersteuning krachtens deze verordening indien: het gezinsinkomen hoger is dan 110% van het wettelijk minimumloon en/of het vermogen hoger is dan het maximaal vrij te laten vermogen conform de P-wet; deze persoon betaalde arbeid verricht gedurende meer dan 12 uur per week, tenzij de voorziening nodig is om dit werk te behouden dan wel uit te breiden; niet redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze persoon bereid dan wel in staat is om tenminste 12 uur per week algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten. 6.. De restricties zoals opgenomen in lid 5 kunnen buiten beschouwing worden gelaten, indien het een jonggehandicapte met arbeidsvermogen betreft, die na 31 december 2014 is uitgestroomd uit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of een ROC-entree opleiding. Dit geldt enkel voor de voorzieningen die daartoe in de beleidsregels zijn aangewezen en tot uiterlijk een jaar na de datum van uitstroom. 7.. Het college kan besluiten enige tijd geen voorziening aan te bieden als een eerdere voorziening voortijdig is beëindigd vanwege een reden, zoals opgenomen in artikel 5, sub a en e, van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel