Naar hoofdinhoud

§ 3.2.3

Artikel 33

Verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening wegens recidiveboete

Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Oisterwijk 2016

1.. In afwijking van het bepaalde in artikel 32 van deze verordening wordt een verlaging van de uitkering opgelegd van 100% gedurende één maand, indien belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete, gerekend vanaf de start van de verrekening. 2.. In afwijking van het bepaalde in artikel 32 van deze verordening wordt, indien een belanghebbende voor de aanvang van de uitkering algemeen geaccepteerde arbeid verwijtbaar niet heeft behouden, waardoor hij in bijstandsbehoeftige omstandigheden is geraakt, een verlaging toegepast gedurende een maand. 3.. De verlaging, zoals bedoeld in lid 2, wordt vastgesteld op de hoogte van het netto inkomen inclusief vakantietoeslag, maar bedraagt maximaal 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 4.. Het inkomen, zoals bedoeld in lid 3, wordt in beginsel berekend op basis van het laatst ontvangen loon gedurende een gehele maand. Indien het een wisselend inkomen betreft, dan wordt de hoogte vastgesteld op basis van het gemiddelde maandinkomen gedurende de drie maanden voorafgaand aan het moment waarop de bijstandsbehoeftige omstandigheden aanvingen.

Rechtspraak bij dit artikel