Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van VERORDENING VOORZIENINGEN HUISVESTING ONDERWIJS GEMEENTE OEGSTGEEST 2009

Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overlegging offertes Met betrekking tot de voorzieningen bedoeld in artikel 15 dient de aanvrager, voor zover van toepassing met inachtneming van de in het overleg als bedoeld in artikel 15 gemaakte afspraken, en voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht, de bouwplannen, de desbetreffende begroting en een aanduiding van het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter instemming in bij het college. Indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, overlegt de aanvrager, voor zover van toepassing met inachtneming van de in het overleg als bedoeld in artikel 15 gemaakte afspraken, aan het college tevens minimaal drie aan de aanvrager uitgebrachte offertes of inschrijvingsbiljetten voor de uitvoering van de voorziening. Binnen zes weken na ontvangst beslist het college over de instemming met de bouwplannen en de desbetreffende begroting en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien niet binnen deze termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de begroting en vangt de bekostiging aan op het door de aanvrager aangegeven tijdstip.Het college deelt de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt, binnen twee weken na de datum van de beslissing schriftelijk mee aan de aanvrager. Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het programma al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een naar het oordeel van het college ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet voor bekostiging in aanmerking. Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid vindt geen toepassing indien het voorzieningen betreft die in het programma zijn opgenomen voor een bedrag tot € 30.000 exclusief BTW. Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager door het verstrekken van een algemene uitvoeringsbeschikking. De instemming met de bouwplannen, de instemming met de begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften, en de toetsing of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden kunnen achterwege blijven als dat naar het oordeel van het college niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager. De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin. De beslissing van het college als bedoeld in het tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van overeenkomstige toepassing. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen twee weken na de datum van deze beslissing hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel