**1..** Het college verstaat onder ondersteuning bij het voeren van een gestructureerd huishouden, ook wel HH2 genoemd, naast schoonmaakhulp zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid:
ondersteuning bij het aanbrengen van structuur in het huishouden (instructie, advies en voorlichting) en de dagelijks organisatie van het huishouden;
eenvoudige ondersteuning bij het leren om zelfstandig te wonen;
eenvoudige ondersteuning bij het omgaan met onverwachte gebeurtenissen (eenvoudige psychosociale hulp en observatie) die de dagelijkse structuur doorbreken;
eenvoudige ondersteuning bij het omgaan met geld;
eenvoudige ondersteuning bij contacten met officiële instanties;
opvang en of verzorging van kinderen/volwassenen huisgenoten.
**2..** Het college verstrekt schoonmaakhulp slechts in combinatie met één of meer van de in lid 1 onder a tot en met f genoemde vormen van ondersteuning bij het voeren van een gestructureerd huishouden.
**3..** Een onderzoek naar aanleiding van een hulpvraag naar ondersteuning bij het schoonhouden van de woning, omvat naast de onderdelen genoemd in artikel 2.3.2 Wmo en artikel 4 en 5 Verordening Wmo 2015, een onderzoek naar de omvang van de noodzakelijke ondersteuning. Het college baseert zich daarbij op normtijden zoals deze zijn op genomen onder bijlage 2: Normtijden schoonmaakhulp.
**4..** Indien uit het onderzoek blijkt dat er geen andere mogelijkheden zijn voor de noodzakelijke ondersteuning, verstrekt het college een maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 4
Artikel 19
Ondersteuning bij het voeren van een gestructureerd huishouden
Onderdeel van Beleidsregels Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2016