Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.10

Bevoorschotting

Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2016

1. Bevoorschotting van de bedragen die op het Programma zijn opgenomen geschiedt, al dan niet gefaseerd, op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het programma geplaatste voorziening. Het voorschot bedraagt maximaal 95% van het toegekende bedrag. 2. Bij voorzieningen die worden gerealiseerd door middel van een bouwplan vindt de bevoorschotting niet eerder plaats dan nadat het bevoegd gezag schriftelijk aan het college heeft gemeld dat de onherroepelijke bouwopdracht is verstrekt. Verdere bevoorschotting vindt in beginsel plaats per drie maanden, dan wel afhankelijk van de voortgangsrapportages die het bevoegd gezag aan het college verstrekt. 3. Bij voorzieningen die niet middels een bouwplan worden gerealiseerd vindt bevoorschotting plaats bij aanvang van het jaar waarop de voorziening betrekking heeft. Het voorschot bedraagt niet meer dan 95% van het toegekende bedrag.

Rechtspraak bij dit artikel