De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 5.6 en 5.7, wordt vastgesteld op:
5 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
30% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
§ 5.3. Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling
HOOFDSTUK 5. › § 5.2.
Artikel 5.8.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Verzamelverordening inkomensvoorzieningen Hilversum 2016