Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de PW niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende:
één maand, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel b, f en g, van de PW;
twee maanden, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel a, c, d, e en h, van de PW.
HOOFDSTUK 5. › § 5.2.
Artikel 5.9.
Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting Participatiewet
Onderdeel van Verzamelverordening inkomensvoorzieningen Hilversum 2016