Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Aanvullendeinkomstenvrijlating

Onderdeel van Beleidsregels inkomstenvrijlating Participatiewet, IOAW en IOAZ Ede 2016

1.. Voor de uitkeringsgerechtigde, die de volledige zorg heeft voor een of meer kinderen tot 12 jaar, kan direct volgend op de algemene inkomstenvrijlating nog voor dertig aaneengesloten maanden aanvullende vrijlating van inkomsten uit arbeid plaatsvinden. Hierbij wordt het percentage bepaald op 12,5% en wordt het maximumbedrag bepaald op het maximumbedrag overeenkomstig artikel 31 tweede lid, onderdeel r van de Participatiewet, artikel 8, vijfde lid van de IOAW, artikel 8, negende lid van de IOAZ. 2.. De aanvullende inkomstenvrijlating wordt ambtshalve, of wanneer dit niet mogelijk is schriftelijk, toegekend indien dit volgens het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. Hierbij wordt uitgegaan van de persoonlijke situatie van de uitkeringsgerechtigde. 3.. Het college bepaalt, indien noodzakelijk, welke gegevens de uitkeringsgerechtigde voor de vaststelling van het recht op de algemene inkomstenvrijlating moet verstrekken, alsmede de wijze en het tijdstip waarop hij de gegevens moet verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel