Het college bepaalt in overleg met de aanvrager de locatie van de laadpaal en/of andere laadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en). Het college toetst hierbij aan de volgende criteria:
- - De behoefte aan een laadpaal en/of andere laadinfrastructuur moet blijken uit de behoefte van gebruikers binnen een straal van hemelsbreed 300 meter van de aangevraagde locatie;
- - Een laadpaal wordt alleen geplaatst op ondergrond in eigendom van de gemeente;
- - De locatie van de laadpaal en/of andere laadinfrastructuur moet voldoende vindbaar en zichtbaar zijn;
- - De locatie moet het gebruik door meerdere gebruikers mogelijk maken, en niet impliceren dat de paal tot het eigendom van een individuele gebruiker behoort. Dit om te voorkomen dat er privé-parkeerplaatsen gecreëerd worden;
- - De laadpaal en/of andere laadinfrastructuur moet beschikken over twee of meer aansluitpunten, waardoor – eventueel op termijn – twee of meer parkeerplaatsen worden bediend;
- - De locatie betreft een bestaand parkeervak / bestaande parkeervakken;
- - De laadpaal dient te worden aangesloten op het hoofdstroomnetwerk;
- - De doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.) dient gewaarborgd te blijven;
- - Er mogen zo min mogelijk belemmeringen zijn ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen;
- - Het uiterlijk van de laadpaal en/of andere laadinfrastructuur moet passen in het straatbeeld. De laadpaal is sober vorm gegeven, heeft geen uitgesproken holtes, welvingen of scherpe punten;
- - Er mogen indien nodig extra objecten worden geplaatst t.b.v. aanrijbeveiliging;
- - De funderingsbevestiging mag niet zichtbaar zijn boven het straatwerk;
- - De maximale afmeting van de laadpaal bedraagt 25 cm x 50 cm x 145 cm (lxbxh).
- - Ligt het oplaadpunt op een locatie waar een blauwe zone geldt, dan geldt de blauwe zone ook voor elektrische auto`s bij een oplaadpunt.