**1..** Het college ziet af van een verlaging als elke vorm van
verwijtbaarheid ontbreekt.
**2..** Het college ziet af van een verlaging indien de gedraging meer dan
één jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft
plaatsgevonden.
**3..** Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende
redenen aanwezig acht.
**4..** Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende
redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte
gesteld.
**5..** Het college kan volstaan met het geven van een schriftelijke
waarschuwing, uitgezonderd de geüniformeerde verplichtingen met
betrekking tot arbeidsinschakeling als bedoeld in 18 lid 4
Participatiewet, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de
verplichting plaatsvindt binnen een periode van één jaar te rekenen
vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke
waarschuwing is gegeven.
**6..** Met een besluit waarbij een verlaging is opgelegd, wordt
gelijkgesteld:
het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende
redenen;
b. het besluit tot het geven van een schriftelijke
waarschuwing.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
- Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ en verrekening bestuurlijke boete bij recidive Gemeente Doetinchem 2016