De directie van de betreffende organisatie stelt vast welke
medewerkers op grond van de aan hen opgedragen werkzaamheden als
ambulante medewerkers worden aangemerkt.
De ambulante medewerker aan wie een dienstauto ter beschikking
gesteld wordt voor het maken van dienstreizen ontvangt een
woon-werkvergoeding (voor het reizen van woonadres naar standplaats
en vice versa) conform artikel 3 of 4 van deze regeling.
De ambulante medewerker waarmee is overeengekomen dat hij de eigen
auto inzet voor het maken van dienstreizen ontvangt in plaats van de
woon-werkvergoeding conform artikel 3 en 4 een vergoeding die
gebaseerd is op de reisafstand tussen woonadres en standplaats en op
het aantal reisdagen. Deze vergoeding bedraagt €0,28 bruto per
kilometer met een maximum van 40 kilometer. De maximale vergoeding,
uitgaande van een woon-werk afstand van 40 km en 5 reisdagen
bedraagt 214/12 (werkdagen per maand) x 40 x 2 (km/dag) x 0,28
(€/km) x 5/5 (aantal reisdagen per week) = €399,47 per maand. De
dienstkilometers worden vergoed conform artikel 9 lid 4 van deze
regeling, echter onder aftrek van het aantal kilometers waarover
reeds de vergoeding voor de reisafstand tussen woonadres en
standplaats van €0,28 bruto per kilometer is verstrekt.