Naar hoofdinhoud
1.. Geen draagkracht in inkomen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b van deze beleidsregels, hebben gehuwden/samenwonenden/huishoudens met kinderen die een netto maandinkomen hebben tot 110% van het wet- telijk minimumloon (afgeleid van de bijstandsnorm gehuwden) en geen vermogen hebben boven de voor hen in artikel 34, derde lid, van de wet genoemde vermogensgrens. 2.. Geen draagkracht in inkomen , als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b van deze beleidsregels, hebben alleenstaanden die een netto maandin- komen hebben tot 80% van het wettelijk minimumloon (afgeleid van de bijstandsnorm voor alleenstaanden) geen vermogen hebben boven de voor hen in artikel 34, derde lid, van de wet genoemde vermogensgrens. 3.. Geen draagkracht in inkomen , als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b van deze beleidsregels, hebben pensioengerechtigden die een netto maandinkomen hebben tot 110% van de geldende AOW-norm en geen vermogen hebben boven de voor hen in artikel 34, derde lid, van de wet genoemde vermogensgrens. 4.. Voor de toepassing van artikel 3, eerste, tweede en derde lid, wordt de vakantietoeslag buiten beschouwing gelaten. 5.. De draagkrachtperiode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de bijstand wordt aangevraagd en heeft de duur van een jaar. 6.. Bij de bepaling van de draagkracht wordt de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet buiten beschouwing gelaten. 7.. Voor bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 12 van deze beleidsregels wordt rekening gehouden met reserveringscapaciteit. 8.. Onder reserveringscapaciteit wordt verstaan: 5% van het inkomen tot 110% van het wettelijk minimum loon voor gehuw- den/samenwonenden/huishoudens met kinderen en 5% van het inkomen tot 80% van het wettelijk minimumloon voor alleenstaanden per maand, gedurende de periode als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel. 9.. In aanvulling op het achtste lid wordt onder reserveringscapaciteit ver- staan: 5% van het inkomen tot 110% van de geldende AOW-norm voor pensioengerechtigden gedurende de periode als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel