Naar hoofdinhoud

Artikel 2.1

Nieuwe bevoegdheden burgemeester

Onderdeel van Beleidsregel Geertruidenberg 2013, aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast

Gebiedsverbod (art. 172a Gemeentewet) Een gebiedsverbod betekent dat de overlastgever aan wie het verbod wordt opgelegd zich niet (al dan niet gedurende bepaalde tijdstippen) mag bevinden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente. Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van maximaal drie maanden. Op basis van specifieke feiten of omstandigheden kan de burgemeester besluiten om een bevel voor een kortere duur op te leggen. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens maximaal drie maanden. De burgemeester wijzigt het verbod tussentijds ten gunste van de betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan inhouden dat het gebiedsverbod wordt beperkt of ingetrokken zodra daartoe aanleiding is. Een gebiedsverbod kan extra kracht worden bijgezet met een meldingsplicht. De ordeverstoorder dient zich dan op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip te melden. Groepsverbod (art. 172a Gemeentewet) Met deze bevoegdheid kan de burgemeester ongewenste groepsvorming in een bepaald gebied tegengaan. Een groepsverbod zorgt ervoor dat de overlastgever zich niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publieke toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie personen (ongeacht wie) mag ophouden. Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van maximaal drie maanden. Op basis van specifieke feiten of omstandigheden kan de burgemeester besluiten om een bevel voor een kortere duur op te leggen. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens maximaal drie maanden. De burgemeester wijzigt het verbod tussentijds ten gunste van de betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan inhouden dat het groepsverbod wordt beperkt of ingetrokken zodra daartoe aanleiding is. Het groepsverbod kan in combinatie met de meldingsplicht worden opgelegd. Het groepsverbod geldt alleen voor de personen aan wie het verbod is opgelegd. Dit is een verschil met het samenscholingsverbod uit de APV dat een algemeen geldend verbod is. Meldingsplicht (art. 172a Gemeentewet) De overlastgever die een meldingsplicht krijgt opgelegd, is verplicht zich bij een nader aangegeven instantie op een nader aangegeven tijdstip te melden. De burgemeester kan een meldingsplicht als zelfstandige maatregel opleggen of in combinatie met een groepsverbod/gebiedsverbod. De meldingsplicht kan inhouden dat de betrokkene zich moet melden in de eigen gemeente van de burgemeester of in een andere gemeente. Een bevel om zich te melden in een andere gemeente wordt gegeven in overeenstemming met de burgemeester van die gemeente. De meldingsplicht wordt opgelegd voor de duur van maximaal drie maanden. Op basis van specifieke feiten of omstandigheden kan de burgemeester besluiten om een bevel voor een kortere duur op te leggen. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens maximaal drie maanden. De burgemeester wijzigt het verbod tussentijds ten gunste van de betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan inhouden dat het gebiedsverbod wordt beperkt of ingetrokken zodra daartoe aanleiding is. Overlast door jeugdigen onder de twaalf jaar (art. 172b Gemeentewet) Aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige overlastveroorzaker die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt, kan het volgende bevel worden gegeven: Draag er zorg voor dat de minderjarige: 1. zich in bepaalde delen van de gemeente niet ophoudt, zonder begeleiding van die persoon die gezag over hem/haar uitoefent; 2. zich tussen 20.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt begeleid door de persoon die het gezag over hem/haar uitoefent. Het bevel met betrekking tot een minderjarige wordt opgelegd voor ten hoogste drie maanden. Verlenging is niet mogelijk. De burgemeester wijzigt het verbod tussentijds ten gunste van de betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan inhouden dat het bevel wordt beperkt of ingetrokken zodra daartoe aanleiding is.

Rechtspraak bij dit artikel