Naar hoofdinhoud

Artikel 2.2

Nieuwe bevoegdheden versus bevoegdheden uit de APV

Onderdeel van Beleidsregel Geertruidenberg 2013, aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast

De genoemde nieuwe bevoegdheden hebben een vrijheidsbenemend karakter en moeten daarom pas ingezet worden als andere instrumenten (bijvoorbeeld de gemeentelijke APV of artikel 172 lid 3 Gemeentewet) niet tot de mogelijkheden behoren. Dit betekent dat de huidige instrumenten tegen overlast en baldadigheid uit de APV blijven bestaan. Ook de inzet op grond van samenscholing en ongeregeldheden en de maatregelen tegen overlast en baldadigheid blijven van kracht. De bevoegdheden op grond van artikel 172a en 172b uit de Gemeentewet kunnen alleen worden ingezet als de overtredingen een herhaaldelijk karakter hebben, waarbij tevens sprake moet zijn van een ernstige vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde. Het mandateren van deze aanvullende bevoegdheden is niet toegestaan. De bevoegdheden zijn daardoor niet geschikt om in een zich acuut manifesterend openbare orde probleem in te zetten. Hiervoor blijven de APV, bestuurlijk ophouden en het noodrecht (artikelen 172, 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende instrumenten. De bevoegdheden op grond van de Gemeentewet worden ingezet op het moment dat de maatregelen op grond van de APV geen effect sorteren of niet toereikend worden geacht, gelet op de ervaringen of het karakter van de problematiek en er ernstige vrees bestaat voor een verdere verstoring van de openbare orde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel