Orde verstorende gedragingen
Onder verstoring van de openbare orde wordt verstaan: een verstoring van enige betekenis die afwijkt van de normale gang van zaken in of aan een openbare ruimte. Ordeverstorende gedragingen in het kader van deze beleidsregels zijn in ieder geval de in tabel 1 opgenomen overtredingen van de APV en gedragingen uit het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast kunnen ook structurele ordeverstorende gedragingen die niet direct strafbaar zijn gesteld onder deze begripsbepaling vallen. Vaak gaat het om gedragingen die op zichzelf, als ze eenmalig zouden worden tentoongespreid, niet als ernstig worden opgevat. Op het moment dat deze gedragingen vaker voorkomen kan dat wel het geval zijn.
Voorbeelden van dergelijke orde verstorende gedragingen zijn:
het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen
joelen en/ of naroepen
bespugen
intimiderend overkomen
wildplassen
hinderlijk drankgebruik
vernieling van goederen
ingooien van ruiten
het aanbrengen van graffiti
openbare dronkenschap
schelden
aanhoudende vernielingen
Tabel 1: Feitentabel
Feiten en gedragingen als omschreven in de navolgende artikelen van de APV Geertruidenberg 2013
Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2:1
Ordeverstoring
Artikel 2:26
Plakken en kladden
Artikel 2:42
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:47
Verboden drankgebruik
Artikel 2:48
Verboden gedrag bij of in gebouwen
Artikel 2:49
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:50
Drugshandel op straat
Artikel 2:74
Openlijk drugsgebruik
Artikel 2:74a
Straatprostitutie
Artikel 3:9
Geluidhinder
Hoofdstuk 4, afdeling 1
Feiten en gedragingen als omschreven in de navolgende artikelen van het Wetboek van Strafrecht
Openlijke geweldpleging
141
Wederspannigheid
180
Wederspannigheid in vereniging
182
Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel
184
Schennis van de eerbaarheid
239
Belediging ambtenaar in functie
266/267
Bedreiging
285
(Poging) tot doodslag
287/45
Eenvoudige mishandeling
300
Zware mishandeling
302
Diefstal
310
Diefstal met braak
311 lid 5
Afpersing/afdreiging
317/318
Vernieling
350
Baldadigheid/straatschenderij
424
Ordeverstoring in dronkenschap
426
Openbare dronkenschap
453
Feiten en gedragingen als omschreven in de navolgende artikelen van de Opiumwet
Harddrugs
Art. 2*
Softdrugs
Art. 3*
Feiten en gedragingen als omschreven in de navolgende artikelen van de Wet Wapens en Munitie
Verbodsbepaling voor wapens van categorie I
Art. 13
Verbod voorhanden hebben wapens
Art. 26
Verbod dragen wapens
Art. 27
*Met dien verstande dat als het gaat om het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in art. 2 of 3 van de Opiumwet alleen een bevel kan worden opgelegd als de aangetroffen hoeveelheid groter is dan de gebruikershoeveelheid als bedoeld in de richtlijnen van het college van procureurs-generaal.
Herhaaldelijk
Onder ‘herhaaldelijk’ wordt in deze beleidsregels verstaan: ‘twee keer binnen afzienbare tijd’. De afzienbare tijd wordt per situatie beoordeeld. Voor overlast door twaalfminners lijkt een periode van zes maanden redelijk. Voor twaalfplussers wordt in deze regels dertien maanden gehanteerd. Om te kunnen spreken van herhaaldelijk moet het gaan om meerdere gedragingen die de openbare orde verstoren binnen een afzienbare tijd. Bij herhaaldelijke overlast hoeft er nog geen sprake te zijn van ernstige vrees voor verdere verstoring (zie hierna). In beginsel hanteert de burgemeester bij herhaaldelijke overlast de reguliere instrumenten zoals het veiligheidsrisicogebied uit de APV.
Ernstige vrees en aanwijsbaar
Ordeverstorend gedrag welke, binnen een afzienbare tijd, herhaaldelijk wordt gepleegd door het individu of door groepen is ernstig gelet op het effect op de openbare orde en het woon- en leefklimaat. De ernstige vrees dient aanwijsbaar te zijn en wordt dan ook afgeleid uit concrete aanwijzingen. Bijvoorbeeld uit het feit dat een persoon in het verleden betrokken is geweest bij ernstige ordeverstoringen. Ook verklaringen van betrokkenen, signalen of verwachtingen en overige voorzienbare omstandigheden kunnen aanwijzingen zijn voor ernstige vrees.
Groepsgerelateerde gedragingen en leidende rol
Er is sprake van een groep bij drie of meer personen waar de overlastgever onderdeel vanuit maakt. Als een persoon bij groepsgerelateerde overlast een leidende rol heeft gehad, kan direct - na de eerste overtreding - een bestuurlijke maatregel worden opgelegd. Om een leidende rol te typeren wordt aansluiting gezocht bij rechterlijke uitspraken over openlijke geweldpleging in vereniging waar de leider niet zelf ordeverstorende gedragingen pleegt, maar ‘actief’, medestanders mobiliseert, voorop loopt, faciliteert, oproept (via sms, internet of anderszins) of op intimiderende wijze een bijdrage levert aan het in groepsverband plegen van ordeverstoring.
Van een leidende rol kan dus sprake zijn indien de persoon anderen aanzet tot ongewenst gedrag die de openbare orde verstoort. Dit kan zich uiten in concrete gedragingen zoals het benaderen van anderen, het leggen van contact tussen leden van de groep, het initiatief nemen, een vertrouwensrelatie en/of gezag hebben. Ook kan de leidende rol worden afgeleid uit verklaringen van getuigen of leden van de groep. Aantonen van een leidende rol hangt af van een concrete casus. Naast de te treffen maatregelen van de burgemeester kan de ordeverstorende leider strafrechtelijk worden vervolgd.
Artikel 4.2
Begripsbepalingen bij artikel 172a Gemeentewet
Onderdeel van Beleidsregel Geertruidenberg 2013, aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast