Naar hoofdinhoud

Artikel 4.2

Begripsbepalingen bij artikel 172a Gemeentewet

Onderdeel van Beleidsregel Geertruidenberg 2013, aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast

Orde verstorende gedragingen Onder verstoring van de openbare orde wordt verstaan: een verstoring van enige betekenis die afwijkt van de normale gang van zaken in of aan een openbare ruimte. Ordeverstorende gedragingen in het kader van deze beleidsregels zijn in ieder geval de in tabel 1 opgenomen overtredingen van de APV en gedragingen uit het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast kunnen ook structurele ordeverstorende gedragingen die niet direct strafbaar zijn gesteld onder deze begripsbepaling vallen. Vaak gaat het om gedragingen die op zichzelf, als ze eenmalig zouden worden tentoongespreid, niet als ernstig worden opgevat. Op het moment dat deze gedragingen vaker voorkomen kan dat wel het geval zijn. Voorbeelden van dergelijke orde verstorende gedragingen zijn: het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen joelen en/ of naroepen bespugen intimiderend overkomen wildplassen hinderlijk drankgebruik vernieling van goederen ingooien van ruiten het aanbrengen van graffiti openbare dronkenschap schelden aanhoudende vernielingen Tabel 1: Feitentabel Feiten en gedragingen als omschreven in de navolgende artikelen van de APV Geertruidenberg 2013 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:1 Ordeverstoring Artikel 2:26 Plakken en kladden Artikel 2:42 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:47 Verboden drankgebruik Artikel 2:48 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:50 Drugshandel op straat Artikel 2:74 Openlijk drugsgebruik Artikel 2:74a Straatprostitutie Artikel 3:9 Geluidhinder Hoofdstuk 4, afdeling 1 Feiten en gedragingen als omschreven in de navolgende artikelen van het Wetboek van Strafrecht Openlijke geweldpleging 141 Wederspannigheid 180 Wederspannigheid in vereniging 182 Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel 184 Schennis van de eerbaarheid 239 Belediging ambtenaar in functie 266/267 Bedreiging 285 (Poging) tot doodslag 287/45 Eenvoudige mishandeling 300 Zware mishandeling 302 Diefstal 310 Diefstal met braak 311 lid 5 Afpersing/afdreiging 317/318 Vernieling 350 Baldadigheid/straatschenderij 424 Ordeverstoring in dronkenschap 426 Openbare dronkenschap 453 Feiten en gedragingen als omschreven in de navolgende artikelen van de Opiumwet Harddrugs Art. 2* Softdrugs Art. 3* Feiten en gedragingen als omschreven in de navolgende artikelen van de Wet Wapens en Munitie Verbodsbepaling voor wapens van categorie I Art. 13 Verbod voorhanden hebben wapens Art. 26 Verbod dragen wapens Art. 27 *Met dien verstande dat als het gaat om het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in art. 2 of 3 van de Opiumwet alleen een bevel kan worden opgelegd als de aangetroffen hoeveelheid groter is dan de gebruikershoeveelheid als bedoeld in de richtlijnen van het college van procureurs-generaal. Herhaaldelijk Onder ‘herhaaldelijk’ wordt in deze beleidsregels verstaan: ‘twee keer binnen afzienbare tijd’. De afzienbare tijd wordt per situatie beoordeeld. Voor overlast door twaalfminners lijkt een periode van zes maanden redelijk. Voor twaalfplussers wordt in deze regels dertien maanden gehanteerd. Om te kunnen spreken van herhaaldelijk moet het gaan om meerdere gedragingen die de openbare orde verstoren binnen een afzienbare tijd. Bij herhaaldelijke overlast hoeft er nog geen sprake te zijn van ernstige vrees voor verdere verstoring (zie hierna). In beginsel hanteert de burgemeester bij herhaaldelijke overlast de reguliere instrumenten zoals het veiligheidsrisicogebied uit de APV. Ernstige vrees en aanwijsbaar Ordeverstorend gedrag welke, binnen een afzienbare tijd, herhaaldelijk wordt gepleegd door het individu of door groepen is ernstig gelet op het effect op de openbare orde en het woon- en leefklimaat. De ernstige vrees dient aanwijsbaar te zijn en wordt dan ook afgeleid uit concrete aanwijzingen. Bijvoorbeeld uit het feit dat een persoon in het verleden betrokken is geweest bij ernstige ordeverstoringen. Ook verklaringen van betrokkenen, signalen of verwachtingen en overige voorzienbare omstandigheden kunnen aanwijzingen zijn voor ernstige vrees. Groepsgerelateerde gedragingen en leidende rol Er is sprake van een groep bij drie of meer personen waar de overlastgever onderdeel vanuit maakt. Als een persoon bij groepsgerelateerde overlast een leidende rol heeft gehad, kan direct - na de eerste overtreding - een bestuurlijke maatregel worden opgelegd. Om een leidende rol te typeren wordt aansluiting gezocht bij rechterlijke uitspraken over openlijke geweldpleging in vereniging waar de leider niet zelf ordeverstorende gedragingen pleegt, maar ‘actief’, medestanders mobiliseert, voorop loopt, faciliteert, oproept (via sms, internet of anderszins) of op intimiderende wijze een bijdrage levert aan het in groepsverband plegen van ordeverstoring. Van een leidende rol kan dus sprake zijn indien de persoon anderen aanzet tot ongewenst gedrag die de openbare orde verstoort. Dit kan zich uiten in concrete gedragingen zoals het benaderen van anderen, het leggen van contact tussen leden van de groep, het initiatief nemen, een vertrouwensrelatie en/of gezag hebben. Ook kan de leidende rol worden afgeleid uit verklaringen van getuigen of leden van de groep. Aantonen van een leidende rol hangt af van een concrete casus. Naast de te treffen maatregelen van de burgemeester kan de ordeverstorende leider strafrechtelijk worden vervolgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel