In het besluit van de burgemeester wordt duidelijk aangegeven voor welk gebied een verbod wordt opgelegd. Indien de overtreder kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, wordt het gebied waarop het verbod van toepassing is zo aangepast dat de betreffende persoon een aanlooproute/doorgang heeft. Het zwaarwegend belang om zich in het gebied op te houden dient door de betrokkene zelf te worden aangetoond. Het zal in het algemeen gaan om belangen in de persoonlijke sfeer zoals wonen, werken, bezoek aan een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstantie(s).
Een gebiedsverbod of groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Als het voor de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is dat de betrokkene ook uit een ander gebied wordt geweerd dan kan tevens dat andere gebied worden aangewezen. Dit wordt in het besluit gemotiveerd.
Bij het opleggen van een meldingsplicht wordt er zoveel mogelijk naar gestreefd om de betrokkene de gelegenheid te geven zich te melden in de eigen woonplaats. Dit betekent dat de burgemeester in sommige gevallen een meldingsplicht oplegt voor een andere gemeente. Dit kan slechts als er overeenstemming is bereikt met de burgemeester van die andere gemeente. In de gemeente wordt geen vast meldpunt aangewezen. Een meldpunt wordt afhankelijk van de casus vastgesteld.
Artikel 4.5
Gebiedsaanduiding
Onderdeel van Beleidsregel Geertruidenberg 2013, aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast