Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.2

Doelen van het Schiedamse coffeeshopbeleid

Onderdeel van Coffeeshopbeleid Schiedam 2014 – 2018

Het voornaamste doel van het coffeeshopbeleid is de scheiding van de markten voor softdrugs en harddrugs en daarmee de bescherming van de volksgezondheid. Door de verkoop van cannabis (softdrugs) onder strikte voorwaarden te gedogen moet worden voorkomen dat kopers van cannabis in aanraking komen met harddrugs. De aandacht gaat hierbij in het bijzonder uit naar de bescherming van jeugdigen: coffeeshops mogen alleen cannabis verkopen aan personen van 18 jaar en ouder. In Schiedam geldt daarbij onder meer het aanvullende criterium dat coffeeshops niet mogen worden gevestigd binnen 200 meter van scholen voor primair onderwijs, scholen voor voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar beroepsonderwijs. Een tweede doel van het coffeeshopbeleid is het voorkomen van verstoringen van de openbare orde en veiligheid en het tegengaan van ontoelaatbare overlast voor de woon- en leefsituatie. Door de verkoop van cannabis te reguleren en toe te staan in een beperkt aantal coffeeshops kan straathandel worden tegengegaan. Straathandel gaat immers veelal gepaard met overlast en andere vormen van criminaliteit, terwijl de verkoop in coffeeshops gebonden is aan strenge regels, onder meer een verbod op het geven van overlast. In de praktijk blijkt dat de aanwezigheid van coffeeshops, net als andere horecabedrijven, altijd enige mate van overlast mee te brengen voor de woon- en leefsituatie. Echter, deze overlast is beperkter dan de overlast van straathandel. Bovendien kan een exploitant van een coffeeshop hierop worden aangesproken en kan de burgemeester hem opdragen maatregelen te treffen. De ervaring in Schiedam is dat er met het bestaande maximum van vier coffeeshops een goed evenwicht is tussen het tegengaan van overlast door straathandel en de overlast die de aanwezigheid van coffeeshops met zich meebrengt voor omwonenden. Wel zal de komende beleidsperiode gekeken worden naar de mogelijkheid van verplaatsing coffeeshops, waaronder in ieder geval Fat Freddy’s Cat, naar andere locaties. Dit is geen verplichting, enkel een mogelijkheid voor exploitanten die dit willen. Het initiatief hiervoor moet komen van de coffeeshopexploitanten zelf. Tot slot heeft dit beleid als doel het tegengaan van criminaliteit in de coffeeshops en het tegengaan van criminele organisaties. Door de verkoop van cannabis te reguleren en hieraan voorwaarden te verbinden, moet de onderwereld buiten de deur van de coffeeshops worden gehouden. Middelen als de BIBOB-toetsing zijn ondersteunend hieraan.

Rechtspraak bij dit artikel