Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.3

Evaluatie coffeeshopbeleid

Onderdeel van Coffeeshopbeleid Schiedam 2014 – 2018

Begin 2013 hebben er drie evaluatiebijeenkomsten plaatsgevonden over het bestaande beleid: een bijeenkomst met omwonenden van coffeeshops, een bijeenkomst met coffeeshopexploitanten en een bijeenkomst met de politie, het gemeentelijke team Toezicht en Handhaving/LBB en het gemeentelijke team Veiligheid en Crisisbeheersing. Omwonenden De belangrijkste bevindingen uit het overleg met de omwonenden zijn dat hetgeen in de coffeeshops gebeurt in het algemeen goed is geregeld en dat overlast juist vooral op straat ervaren. Het gaat dan om parkeeroverlast, straatvuil, op sommige locaties intimiderend gedrag van personen die op straat rondhangen en het doorverkopen van cannabis aan minderjarigen. Niet al deze overlast is altijd direct te relateren aan een specifieke coffeeshop, er kunnen immers ook andere oorzaken zijn, maar verminderen het woongenot van omwonenden wel. Coffeeshopexploitanten De coffeeshopexploitanten kunnen zich in grote lijnen vinden in de voortzetting van het bestaande beleid. Wel ervaren ze de eis dat werknemers eerst een cursus Preventie Coffeeshopmedewerker van Bauman GGZ moeten hebben gevolgd, voordat ze mogen beginnen, als lastig. De cursus wordt in de praktijk drie- tot viermaal per jaar gegeven, waardoor medewerkers niet altijd op de gewenste datum in dienst kunnen treden. Verder wordt gevraagd om meer duidelijkheid over de wijze waarop de gemeente omgaat met de “achterdeur”, de bevoorrading van de coffeeshops. Tot slot hebben de exploitanten van Fat Freddy’s Cat en Spoenk aangegeven niet negatief te staan tegenover een mogelijke verplaatsing van de coffeeshops. Politie en gemeente De ervaring van de politie, de LBB en de medewerkers van het team Veiligheid en Crisisbeheersing is dat het huidige coffeeshopbeleid voldoet en slechts op enkele punten moet worden aangepast. De opmerking van de coffeeshopexploitanten over de cursus Preventie Coffeeshopmedewerker wordt gedeeld. Er zijn twee mogelijke oplossingen: medewerkers gaan de cursus elders in het land volgen of ze mogen alvast beginnen als medewerker van de coffeeshop, waarna ze de eerst mogelijke cursus van Bauman GGZ moeten volgen. De voorkeur gaat uit naar de laatste optie, omdat zo de gewenste kwaliteit van de cursus kan worden gewaarborgd. Bovendien volgen ook medewerkers van coffeeshops uit de buurgemeenten van Schiedam deze cursus, zodat er veel lokale kennis aanwezig is. Verder wordt voorgesteld om de minimumleeftijd van leidinggevenden van coffeeshops (houders op de exploitatievergunning) te verhogen van 18 tot 21 jaar. Dit naar analogie van leidinggevenden op een drank- en horecavergunning die op grond van de Drank- en Horecawet ook minimaal 21 jaar moeten zijn. Cannabis is net als alcohol immers een psychotrope stof, waarbij zwaardere eigen mogen worden gesteld aan leidinggevenden. Tevens wordt voorgesteld om als ondernemingsvorm alleen eenmanszaken en vennootschappen onder firma toe te staan. BV’s en NV’s kunnen immers leiden tot een ondoorzichtige ondernemingsstructuur. Tot slot is aangegeven dat het niet wenselijk is om coffeeshops te verplaatsen naar industriegebieden. Alhoewel de druk op het Centrum en op woongebieden hiermee vermindert, kan het gebrek aan sociale controle leiden tot onveilige situaties op de industrieterreinen. Het meest geschikt zijn overgangsgebieden tussen woongebieden en industrie. Verderop in de nota zullen enkele van deze gebieden worden benoemd.

Rechtspraak bij dit artikel