Op de overeenkomst van pandbelening is titel 2D van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
van toepassing (Wet op de pandbelening).
De overeenkomst van pandbelening wordt door de kredietbank uitsluitend aangegaan onder het bedingvan artikel 130 eerste lid onder a van het Burgerlijk Wetboek, waarin bepaald wordt dat de pandbelener die een zaak in de macht van de kredietbank heeft gebracht recht houdt op teruggave van de zaak indien deze binnen de beleentermijn de ter beschikking gestelde geldsom volledig aan de kredietbank heeft terugbetaald en de pandbeleningsvergoeding volledig heeft voldaan.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 8
Artikel 4.22
Typen pandbeleningen
Onderdeel van Bankreglement Den Haag 2016