Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 11

Indeling in categorieën en verlagingspercentages

Onderdeel van nr 12.16 Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren

Gedragingen van de jongere waardoor de verplichting op grond van artikel 45 van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1.Eerste categorie: Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering gedurende één maand, met 30% van de WIJ-norm verlaagd: a.het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen het onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. b.Het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard. 2.Tweede categorie Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering, gedurende één maand, met 50% van de WIJ-norm verlaagd : a.het stellen van onredelijke eisen in verband met door de jongere te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren; b.het niet of in onvoldoende medewerken aan het behoud of bevorderen van de arbeidsbekwaamheid; c.het niet of onvoldoendemeewerken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op de arbeidsinschakeling; het nalaten de opgedragen werkzaamheden of activiteiten naar beste vermogen te verrichten. Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 8, derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel