1.Indien de jongere zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of
zijn ambtenaren, onder
omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de
wet, als bedoeld in artikel 41,eerste lid van de wet, wordt,
onverminderd artikel 2, tweede lid, en artikel 3, derde lid, een
verlaging
toegepast van 40% procent van de WIJ-norm gedurende één maand.
2.Indien sprake is van het zich herhaaldelijk zeer ernstig misdragen van
de jongere wordt in afwijking van het eerste lid de duur van de
verlaging vastgesteld op de periode dat de jongere van het recht op van
een werkleeraanbod is uitgesloten als bedoeld in artikel 22, eerste lid
van de wet.
Hoofdstuk 4.
Artikel 16
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van nr 12.16 Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren