1.De verlaging wordt bij continuering van de bijstandsverlening
toegepast met ingang de eerste van de maand volgend op de datum waarop
aan de jongere bekend is gemaakt dat een verlaging wordt toegepast.
2.De verlaging wordt, bij niet continueren van de bijstandsverlening,
toegepast met ingang van de eerste van de maand waarin de gedraging
heeft plaatsgevonden.
Het recht op inkomensvoorziening wordt over deze kalendermaand herzien
en de als gevolg daarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag
verstrekte inkomensvoorziening wordt teruggevorderd.
Hoofdstuk 1.
Artikel 9
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van nr 12.16 Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren