Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Onderling overleg en planning

Onderdeel van Regeling aanstelling in algemene dienst

De gesprekken over de inzetbaarheid van de medewerker binnen de organisatie worden gevoerd binnen het kader van de strategische personeelsplanning door middel van personeelsgesprekken. Leidinggevende en medewerker maken jaarlijks concrete afspraken over ontwikkeling en opleiding gericht op inzetbaarheid in de huidige functie (effectiviteit) of over doorstroom naar een andere passende functie (loopbaanplan). De leidinggevende houdt bij het maken van de afspraken over ontwikkeling, opleiding of doorstroming, rekening met de persoonlijke situatie van de medewerker (leeftijd, gezondheid, gezinssituatie enz.). De leidinggevende faciliteert de medewerker in het realiseren van de afspraken over opleiding en ontwikkeling met inachtneming van het gestelde in Hoofdstuk 17 CAR. De medewerker kan in het kader van mobiliteit en duurzame inzetbaarheid niet worden verplicht een hem/ haar aangeboden passende functie te accepteren. De medewerker behoort een weigering echter wel te beargumenteren.

Rechtspraak bij dit artikel