Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Termijnen

Onderdeel van Regeling aanstelling in algemene dienst

Nieuw in dienst tredende medewerkers en zittende medewerkers waarvan de functiegebonden aanstelling per 1 januari 2013 van rechtswege is omgezet in een aanstelling in algemene dienst, worden voor een periode van 3 jaar in de functie geplaatst waarop ze respectievelijk hebben gesolliciteerd of die ze op de dag voor omzetting vervulden. Aan het eind van de drie jaar dient duidelijk te zijn of de aanwijzing in een bepaalde functie gecontinueerd zal worden of dat de medewerker naar een andere functie gaat. Dit wordt uiterlijk twaalf maanden voor de afloop van de periode in overleg met de medewerker bepaald. Het bewaken van het bovengenoemde termijn is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel de leidinggevende als van de medewerker. De termijn bedoeld in het eerste lid kan na afloop worden verlengd met max 3 jaar. De termijn wordt telkens automatisch met één jaar verlengd in de gevallen: indien de medewerker voor of na het aflopen van de termijn niet in een andere functie is geplaatst; in geval er geen nieuwe afspraken zijn gemaakt over de termijn van voortzetting/verlenging van de plaatsing in de huidige functie.

Rechtspraak bij dit artikel