Bij verordening is bepaald onder welke voorwaarden (wat betreft het tarief) de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, zorg kan betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk:
dat deze persoon voor zijn diensten maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners krijgt betaald, en;
dat de inzet van deze persoon leidt tot minimaal gelijkwaardige ondersteuning, en;
dat de jeugdige of zijn ouders het persoonsgebonden budget niet besteden aan een persoon die gebruikelijke hulp zou moeten bieden maar daartoe niet (meer) in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting, en;
dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald.
Onder sociaal netwerk wordt verstaan: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt (conform definitie artikel 1.1.1 Wmo 2015).
Artikel 10, vierde lid onder b van de Verordening bepaalt dat uit het pgb geen personen uit het sociaal netwerk mogen worden betaald, tenzij dat leidt tot minimaal gelijkwaardige ondersteuning. Daarmee is bedoeld nadere invulling te geven aan de kwaliteit van de jeugdhulp die door een persoon uit het sociaal netwerk kan worden verleend. Het college is immers verantwoordelijk dat de geboden jeugdhulp van goede kwaliteit is.
Bij de beoordeling van de mogelijkheid tot bekostiging van jeugdhulp geleverd door een persoon vanuit het sociaal netwerk wordt door het college het volgende meegewogen:
Hoe motiveren de jeugdige of zijn ouders de keuze om met het pgb een persoon uit het sociaal netwerk in te schakelen?
Is de persoon uit het sociaal netwerk in staat om de gevraagde jeugdhulp te bieden?
Is de kwaliteit van de geboden jeugdhulp voldoende geborgd?
Artikel 4.3
Pgb voor jeugdhulp geboden door het sociaal netwerk
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Zoetermeer 2016