Een medewerker wendt zich met zijn vraag respectievelijk melding inzake ongewenst gedrag tot een vertrouwenspersoon via persoonlijk contact of schriftelijk per post of e-mail.
De vertrouwenspersoon bespreekt in het eerste contact met de melder uitvoerig de meldings- en klachtenprocedure alsook de mogelijke impact ervan op de melder.
De vertrouwenspersoon onderzoekt respectievelijk bespreekt of een vraag, melding of klacht valt onder hetgeen binnen deze regeling past voordat deze tot behandeling overgaat.
Als de vertrouwenspersoon een vraag, melding of klacht niet in behandeling neemt, dan wel de behandeling niet voortzet, doet hij daarvan zo spoedig mogelijk gemotiveerd mededeling aan melder.
Als de vertrouwenspersoon een melding niet in behandeling neemt vanwege het openstaan van een andere, meer geëigende procedure of behandeling, wijst deze betrokkene op de ter zake bevoegde instantie of procedure.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Procedure bij vertrouwenspersoon
Onderdeel van Regeling ongewenste omgangsvormen en klachtenprocedure Drechtsteden Zuid-Holland Zuid 2015