Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Berekening van de subsidieregeling peuteropvang: verdeelcriteria en regels

Onderdeel van Nadere Regel ‘Subsidieregeling peuteropvang gemeente Heerenveen 2016’

1.. De berekening van de subsidieregeling peuteropvang vindt plaats op basis van het volledig ingevulde aanvraagformulier zoals omschreven in Artikel 5, lid 1. In de bijlage bij dit formulier staat zowel de subsidieregeling peuteropvang, als de inkomensafhankelijke ouderbijdrage aangegeven. 2.. De subsidieregeling peuteropvang voor de 2 reguliere dagdelen wordt met een maximum van 6 uren per week en met een maximum van 40 weken per kalenderjaar verleend. 3.. De berekening van de ouderbijdrage vindt plaats op basis van de adviestabel peuterwerk van de VNG. Deze is gebaseerd op het maximum uurtarief van de kinderopvangtoeslag zoals bepaald door de Belastingdienst en bevat 7 inkomensschalen. Dit tarief wordt jaarlijks geïndexeerd en zal ieder jaar op de website van de gemeente Heerenveen worden gepubliceerd. 4.. In oktober van elk kalenderjaar vindt een toetsing plaats van het niet-recht op kinderopvangtoeslag en wordt de inschaling op basis van de inkomensverklaring (van het voorgaande jaar) vastgesteld en de subsidie toegekend voor het opvolgende jaar. Of ingeval van ondernemers op basis van de meest recente aanslag inkomstenbelasting. 5.. De hoogte van de subsidieregeling peuteropvang en de ouderbijdrage per maand wordt bepaald door: De eigen (ouder)bijdrage per uur vast te stellen aan de hand van de inkomenscategorie uit de adviestabel. Het maximum uurtarief te verminderen met de eigen bijdrage. Dit levert het subsidiebedrag per uur op. Het aantal uren peuteropvang per week vermenigvuldigen met het subsidiebedrag per uur x 40 weken. Dit is het jaarbedrag van de subsidieregeling peuteropvang. Het jaarbedrag delen door 12 maanden. Dit is het subsidiebedrag wat maandelijks toegekend wordt aan de ouder(s) en aan de aanbieder uitbetaald wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel