Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4

Artikel 3.4.3

Recidive

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2016

1.. Aan de uitkeringsgerechtigde die is gehouden om gegevens en inlichtingen te verstrekken en hij binnen de recidivetermijn als bedoeld in artikel 18a, vierde lid van de wet of artikel 20a, vierde lid van de Ioaw/Ioaz de inlichtingenplicht schendt, zonder dat er sprake is van een benadelingsbedrag als bedoeld in artikel 3.4.1, legt het college een bestuurlijke boete op ter hoogte van € 150. 2.. Aan de uitkeringsgerechtigde die is gehouden om gegevens en inlichtingen te verstrekken waarbij binnen de recidivetermijn als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid van de wet of artikel 20a, vijfde lid van de Ioaw/Ioaz eerder een boete is opgelegd en: aan wiens opzet is te wijten dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, wordt een boete opgelegd ter hoogte van 150% van het benadelingsbedrag, waarbij de boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek Strafrecht bedraagt; aan wiens grove schuld het is te wijten dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, wordt een boete opgelegd van ter hoogte 75% van 150% van het benadelingsbedrag, waarbij de boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek Strafrecht bedraagt; aan wie het is te verwijten is dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt zerwijl er geen sprake is van opzet of grove schuld wordt een boete opgelegd van ter hoogte 50% van 150% van het benadelingsbedrag, waarbij de boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek Strafrecht bedraagt; 4.. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de draagkracht van de belanghebbende als bedoeld in artikel 3.4.2, derde, vierde en vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel