1 Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing intrekken of wijzigen:

a indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is verstrekt;

c indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften niet zijn

of worden nagekomen;

d indien binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de vergunning wordt

gemaakt;

e indien de houder dit verzoekt.

2 Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen tijdelijke

of blijvende sluiting van een kindercentrum of een gastouderbureau gelasten,

indien naar hun oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze

verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven.