1 Het kindercentrum dient hygiënisch en veilig te zijn en een
deugdelijke
inrichting te hebben.
2 Burgemeester en wethouders z~Jn bevoegd nadere regels te stellen
waaraan
het kindercentrum, de houder en de in het kindercentrum werkzame
functionarissen
en begeleiders moeten voldoen. Deze regels hebben betrekking
op:
a de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de
kinderen;
b de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van het
kindercentrum
voor zover deze eisen noodzakelijk zijn voor de kinderopvang en
hierin niet
wordt voorzien bij of krachtens de Woningwet;
c de aan functionarissen en begeleiders te stellen
gezondheidseisen;
d de aanwezigheid van gegevens in het kindercentrum.