**1..** Het onderzoek van de geloofsbrieven met de daarbij behorende stukken van nieuw benoemde leden geschiedt door een commissie van drie leden, die door de voorzitter wordt benoemd.
**2..** De commissie brengt na haar onderzoek in de vergadering van de raad verslag uit en doet daarbij een voorstel voor het te nemen besluit.
**3..** De raad beslist terstond.
**4..** De voorzitter roept de toegelaten leden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
**5..** In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter – in afwijking van het voorgaande – een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Hoofdstuk
Artikel 7
Toelating nieuwe raadsleden
Onderdeel van Verordening werkwijze van de raad en de raadscommissies 2016