Indien een medewerker geen ongewijzigde, passende dan wel geschikte functie aangeboden kan worden binnen de andere organisatie, voortvloeiend uit een aan een organisatiewijziging gekoppelde plaatsingsprocedure, wordt de betrokken medewerker bovenformatief verklaard en door of namens de werkgever per gelijke datum ingeschreven bij P&O SCD als bedoeld in hoofdstuk 5 en treden de artikelen 5:2 tot en met 5:4 in werking.
Teneinde de bovenformatieve medewerker zelf te stimuleren ander werk buiten de organisatie te vinden, wordt aan degene die vertrekt na het moment dat hij bovenformatief is verklaard, maar voor het moment dat gerekend vanaf die dag negen maanden zijn verstreken, een vertrekpremie toegekend. De premie wordt als volgt berekend: a. bij vertrek in de periode vanaf 0 maanden tot 3 maanden: D maal het bruto maandsalaris, waarbij D staat voor het aantal dienstjaren bij de werkgever met een maximum van 6 jaar en een minimum van 3 jaar; b. bij vertrek in de periode vanaf 3 maanden tot 6 maanden: D maal het bruto maandsalaris, waarbij D staat voor het aantal dienstjaren bij de werkgever met een maximum van 4 jaar en een minimum van 2 jaar; c. bij vertrek in de periode vanaf 6 maanden tot en met 9 maanden: D maal het bruto maandsalaris waarbij D staat voor het aantal dienstjaren bij de werkgever met een maximum van 3 jaar en een minimum van 1 jaar.
bij vertrek in de periode vanaf 0 maanden tot 3 maanden: D maal het bruto maandsalaris, waarbij D staat voor het aantal dienstjaren bij de werkgever met een maximum van 6 jaar en een minimum van 3 jaar;
bij vertrek in de periode vanaf 3 maanden tot 6 maanden: D maal het bruto maandsalaris, waarbij D staat voor het aantal dienstjaren bij de werkgever met een maximum van 4 jaar en een minimum van 2 jaar;
bij vertrek in de periode vanaf 6 maanden tot en met 9 maanden: D maal het bruto maandsalaris waarbij D staat voor het aantal dienstjaren bij de werkgever met een maximum van 3 jaar en een minimum van 1 jaar.
De uitkomst van de berekening van de premie als bedoeld in het vorige lid wordt verhoogd met:
- 1 maand: indien de medewerker 25 of meer, maar minder dan 30 overheidsdienstjaren heeft
- 2 maanden: indien de medewerker 30 of meer, maar minder dan 35 overheidsdienstjaren heeft
- 3 maanden: indien de medewerker 35 of meer overheidsdienstjaren heeft.
De medewerker die op grond van artikel 2:4, het achtste lid een voorgenomen plaatsingsbesluit heeft ontvangen, maar ontslag neemt, voor dat hij op grond van artikel 2:5 schriftelijk op de hoogte is gebracht van het hem betreffende definitieve plaatsingsbesluit, komt in aanmerking voor een vertrekpremie als bedoeld in het tweede lid onder a, mits door zijn vertrek aantoonbaar een bovenformatief geplaatste medewerker kan instromen in de door zijn vertrek ontstane vacature
Hoofdstuk 2
Artikel 2:14
Bovenformatieve plaatsing en inschrijving bij P&O SCD
Onderdeel van Regionaal Sociaal Plan Drechtsteden / Zuid Holland Zuid 2013 - 2017