Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:4

Plaatsingsprocedure

Onderdeel van Regionaal Sociaal Plan Drechtsteden / Zuid Holland Zuid 2013 - 2017

Artikel 2:4 Plaatsingsprocedure In de plaatsingprocedure zijn die medewerkers betrokken, waarvan: de functies binnen de huidige organisatie vervallen zijn verklaard en deze functies niet in ongewijzigde vorm in de andere organisatie terugkeren; is dat laatste wel aan de orde, dan volgt de betrokken medewerker zijn ongewijzigd gebleven functie naar de andere organisatie; de functie ongewijzigd is gebleven, maar er meer medewerkers in aanmerking komen dan er formatie beschikbaar is in de andere organisatie en overleg met de betrokkenen over wie van hen als bovenformatief wordt aangemerkt niet tot overeenstemming heeft geleid; de functies in de andere organisatie sterk wijzigen. Door of namens het bevoegd gezag wordt een lijst van in de plaatsingsprocedure betrokken medewerkers opgemaakt. De plaatsing van medewerkers op managementfuncties zal plaatsvinden op basis van een nader vast te stellen werving- en selectieprocedure. Deze plaatsing gaat vooraf aan de plaatsingprocedure van de overige bij de organisatiewijziging betrokken medewerkers. Door of namens het bevoegd gezag worden na afronding van de in het derde lid van dit artikel bedoelde procedure, alle op het onder het tweede lid van dit artikel genoemde overzicht voorkomende medewerkers, op basis van het functiegebied waarin zij werkzaam zijn, toegedeeld aan een (of meerdere) van de organisatieonderdelen die ontstaan in de andere organisatie. Van deze toedeling worden uitgezonderd de medewerkers, waarvan de functie ongewijzigd blijft en de medewerkers die op grond van het derde lid reeds geplaatst zijn op een managementfunctie. De leidinggevende van het betrokken organisatieonderdeel bereidt op basis van alle gegevens een voorgenomen plaatsingbesluit voor de aan hem toegedeelde medewerkers binnen zijn organisatieonderdeel voor. Het voorgenomen plaatsingbesluit komt niet eerder tot stand dan na individueel gesprek hierover tussen een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag in de persoon van de (toekomstig) leidinggevende en de betrokken medewerker. 1) Het geheel van voorgenomen plaatsingbesluiten wordt door de betrokken (toekomstig) leidinggevende en zijn naast hogere leidinggevende besproken en leidt tot een voorlopig plaatsingplan. Op basis van het voorlopig plaatsingsplan neemt het bevoegd gezag een voorgenomen plaatsingbesluit ten aanzien van de betrokken medewerkers. Tegelijkertijd wordt het voorlopig plaatsingsplan voorgelegd aan de plaatsingscommissie, die het plan toetst aan de bepalingen uit het Sociaal kader. De plaatsingscommissie krijgt naast de plaatsingsvoorstellen in elk geval informatie over de nieuwe en oude organisatiestructuur, informatie over de statusbepalingen en de belangstellingsregistratieformulieren,alsmede informatie met betrekking tot de geschiktheid. Hierbij kan de plaatsingscommissie besluiten tot een gesprek cq het horen van medewerkers en/of leidinggevenden. Indien de medewerker niet instemt met het voorgenomen plaatsingsbesluit kan hij zijn bedenkingen daartegen gedurende één week na kennisneming van het voorgenomen plaatsingsbesluit indienen bij de plaatsingscommissie. De plaatsingscommissie hoort de medewerker en de leidinggevende die het voorgenomen plaatsingbesluit heeft voorbereid. De plaatsingscommissie brengt binnen 3 weken  nadat het voorstel aan haar is voorgelegd een advies uit aan het bevoegd gezag met betrekking tot het voorlopig plaatsingsplan en de ev. individuele bedenkingen. Dit advies heeft een zwaarwegend karakter. Op basis van het advies van de plaatsingscommissie heroverweegt de betrokken leidinggevende zo nodig het voorgenomen plaatsingbesluit. De -bijgestelde- voorgenomen plaatsingbesluiten worden door de (toekomstig) leidinggevende besproken met zijn naast hogere leidinggevende en leiden tot een voorstel voor een definitief plaatsingsplan aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag stelt het definitief plaatsingsplan vast binnen vier weken na ontvangst van de adviezen van de plaatsingscommissie en, bij het ontbreken van bedenkingen, binnen drie weken na vaststelling van het voorlopig plaatsingsplan. 1) Een eventuele plaatsing op een functie twee schalen lager dan de huidige functie vormt hierbij ook onderwerp van gesprek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel