Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:5

Sociaal plan bij privatisering

Onderdeel van Regionaal Sociaal Plan Drechtsteden / Zuid Holland Zuid 2013 - 2017

Bij de concretisering van de privatisering komen allerlei inhoudelijke rechtspositionele aspecten aan de orde. Binnen de algemene kaders worden die per geval in onderhandeling vastgesteld. De voortdurende veranderingen, als gevolg van wetgeving en CAO-afspraken, op rechtspositioneel gebied bij de organisatie en in de private sector maken het noodzakelijk bij elke privatisering alle personele aspecten steeds weer afzonderlijk in kaart te brengen. Bij de onderhandelingen moet rekening gehouden worden met zowel de belangen van de medewerker, de huidige werkgever als de toekomstig werkgever. De werkgever moet de doelstellingen van de privatisering realiseren, maar tevens als een goed werkgever handelen. Voor medewerkers is de toekomstige rechtspositie in relatie tot de bestaande rechten van belang. Tegelijkertijd dient na privatisering een levensvatbare instelling te zijn ontstaan. Vanuit deze invalshoeken spelen onder meer de volgende rechtspositionele aspecten een rol: het tijdig en adequaat informeren van het personeel over de privatiseringsplannen en de voortgang; de na privatisering geldende (collectieve) arbeidsvoorwaarden van de ontvangende partij in relatie tot marktconformiteit, continuïteit van de nieuwe werkgever, de toekomstige mobiliteit van de betrokken medewerkers en de werkgelegenheid; er moet afzonderlijk aandacht worden gegeven aan de positie en het beheer van langdurig zieken en medewerkers die op afzienbare termijn van pensionering gebruik zullen maken; de functies (passendheid) die de medewerkers krijgen bij de nieuwe werkgever; een vergelijking van de nieuwe arbeidsvoorwaarden met de ambtelijke rechtspositie, waarbij het enerzijds gaat om een vergelijking van functies (beschrijving en waardering), anderzijds om een pakketvergelijking van de secundaire arbeidsvoorwaarden; vastlegging van individuele aanspraken in de individuele arbeidsovereenkomst met de nieuwe werkgever; verschillen in bruto en netto salariëring ten opzichte van de ambtelijke situatie; de collectieve ziektekostenverzekering; de nieuwe pensioenregeling in relatie tot de bij het ABP opgebouwde individuele rechten, mogelijke pensioenbreuk, medische selectie, ondergrenzen aan het deelnemerschap (bijvoorbeeld een bepaald salarisniveau of de leeftijd) en wanneer mogelijk het continueren van het ABP pensioenregeling; aanspraken jegens de werkgever na de overgang naar de nieuwe werkgever op grond van de huidige ontslaguitkeringsregelingen; in de overdrachtsovereenkomst dient uitdrukkelijk door gemeente en toekomstige werkgever te worden vastgelegd, wie de eventuele kosten in dit kader zal dragen; een vergelijking van de nieuwe secundaire arbeidsvoorwaarden in relatie tot huidige arbeidsvoorwaarden, zoals ouderschapsverlof, toegekende studiefaciliteiten, verhuiskosten indien tengevolge van de privatisering een verhuisplicht wordt opgelegd; loopbaanvooruitzichten; soort arbeidsovereenkomst (bepaalde of onbepaalde tijd); ontslag uit gemeentedienst met inachtneming van de geldende opzegtermijn en van alle andere geldende procedurevoorschriften; een geschillenregeling inzake de individuele toepassing van het sociaal plan.

Rechtspraak bij dit artikel