Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Screening zittend bestand

Onderdeel van Beleidsregel Uitvoering Wet taaleis Participatiewet 2016

1.. Het college onderzoekt op basis van de haar bekende gegevens of bijstandsgerechtigden in aanmerking komen voor de taaltoets. 2.. Het college roept mensen op voor een taaltoets die niet volledig ontheven zijn van de arbeidsverplichting; gedurende acht jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd; een diploma inburgering (artikel 7, tweede lid, onderdeel a, Wet Inburgering) kan overleggen; een ander document kunnen overleggen waaruit blijkt dat hij de vaardigheden op minimaal het referentieniveau 1Fof A2 beheerst, zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 van deze beleidsregel. 3.. De volgorde waarin de doelgroep van de Wet taaleis worden opgeroepen voor een toets is: Bijstandsaanvragers; Personen met een volledige arbeidsverplichting; Jongeren onder de 27 jaar; Deelnemers Digitale werkplaats; Niet-moedertaalsprekers; Personen zonder startkwalificatie; Personen met een tijdelijke of gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichting; Personen met inkomsten uit arbeid. 4.. Belanghebbenden die op 31 december 2015 een bijstandsuitkering ontvingen, worden in de volgorde zoals beschreven in lid 3 van dit artikel opgeroepen voor een taaltoets in de periode 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016. 5.. Er vindt, afhankelijk van het aantal personen dat getoetst moet worden, minimaal ééns in de acht weken een toetsmoment plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel