Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.3

Uitgangspunten

Onderdeel van Minimabeleid Oldenzaal 2013 e.v.

Mensen moeten zich optimaal kunnen ontplooien en hun persoonlijke kwaliteiten ontwikkelen. Net als dat geldt voor de Wmo is men daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Wij willen ze als gemeente daarbij echter wel ondersteunen. We spreken daarom niet meer van armoedebeleid, maar van minimabeleid, omdat onze minima als persoon centraal staan en niet de armoede waarin zij verkeren. Doordat sociale en financiële armoede vaak samengaat is het vanzelfsprekend dat er vaak voor gekozen wordt om ook in het minimabeleid regelingen te introduceren die niet alleen financiële ondersteuning geven, maar ook het sociale leven van de klanten stimuleren zodat zij niet eenzaam hoeven te worden. Vanzelfsprekend wordt dit bij voorkeur bereikt door (betaalde) arbeidsparticipatie. Zo kunnen het minimabeleid en het re-integratiebeleid elkaar versterken. Minimabeleid kan dus rusten op twee pijlers: inkomensondersteuning en participatiebevordering. Op het moment dat iemand niet is staat is om regulier werk te verkrijgen en er ook onvoldoende ontwikkelmogelijkheden zijn, wordt bekeken of de minimaregelingen participatie kunnen bevorderen.

Rechtspraak bij dit artikel