Om invulling te geven aan het lokale minimabeleid moeten we weten om welke doelgroepen het gaat en hoe groot de omvang is.
Uit landelijk onderzoek (Sociaal Cultureel Planbureau) blijkt dat eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen, alleenstaanden tot 65 jaar, niet westerse huishoudens en huishoudens met bijstand het meest met armoede in aanraking komen. Eenoudergezinnen hebben vier keer zo vaak een inkomen onder het sociaal minimum dan gemiddeld; bij alleenstaanden tot 65 jaar was dat bijna twee keer zo vaak. Niet westerse huishoudens liepen bijna drie keer zo veel risico op armoede dan gemiddeld en vier keer zo veel als autochtone huishoudens. Van de huishoudens met bijstand leefden bijna zes op de tien onder de inkomensgrens. Onder eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, niet westerse huishoudens en huishoudens met bijstand is het risico op langdurige armoede het grootst. Wel is de afgelopen jaren onder de eenoudergezinnen het risico op (langdurige) armoede afgenomen, omdat meer alleenstaande ouders werken.
Cijfers gemeente Oldenzaal
omschrijving
aantal
opmerkingen
Niet werkende werkzoekenden (NWW) juli 2012
874
Jeugdwerkloosheid juli 2012
81
Samenstelling huishoudens in Oldenzaal: 2011
• Eenpersoons
4.010
• Gehuwde paren
7.120
• Niet gehuwde paren
1.466
• Eenoudergezinnen
749
Totaal
13.345
Aantal WW-uitkeringen (juli 2012)
583
Huishoudens met inkomen op sociaal minimum (2011)
940
7% (landelijk 9%)
Huishoudens met inkomen tot 110% sociaal minimum (2011)
1.220
9% (landelijk 10%)
Huishoudens met inkomen tot 120% sociaal minimum (2011)
1.720
12,8% (landelijk 14%)
Huishoudens met bijstand (december 2011)
450
per 1-7-2012: 454
Waarvan jongeren < 27 jaar met bijstand
39
per 1-7-2012: 36
Toekenning aanvragen Bijdragefonds 2011 (toets: 120%)
881
Aanvragen bijzondere bijstand 2011
243
Toekenning Langdurigheidstoeslag 2011 (drie jaar of langer inkomen op bijstandsniveau)
204