Meer dan de helft van de totale groep armen bestaat uit personen met een inkomen uit arbeid (loondienst of zelfstandige). In 2010 waren er 317.000 werkende armen. De helft van hen was zelfstandig ondernemer. Hun aandeel in de groep werkende armen is de afgelopen 10 jaar flink gegroeid, van 41% naar 50%. Dat komt met name doordat meer mensen als zelfstandige zijn gaan werken, bij wie bovendien het armoederisico toenam.
Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die in armoede leven en onvoldoende mee kunnen doen met sociale activiteiten, later als volwassene meer kans hebben om op een laag inkomensniveau te leven.
Juist kinderen hebben de meeste behoefte aan sociale activiteiten in verenigingsverband omdat zij nog niet in staat zijn zelfstandig hun sociale structuur in te vullen zonder georganiseerd netwerk.
Het aandeel huishoudens met betalingsachterstanden is in 2010 verder gestegen. Een op de vijf huishoudens met een laag inkomen had toen te maken met één of meer betalingsachterstanden. Meestal betreft het achterstanden van huur of hypotheek, gas- water- of elektriciteitsrekeningen.
Betalingsachterstanden in verband met op afbetaling gekochte artikelen is de laatste jaren verdubbeld.