Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3

Bijzondere bijstand

Onderdeel van Minimabeleid Oldenzaal 2013 e.v.

Als het inkomen meer bedraagt dan de bijstandsnorm kan sprake zijn van draagkracht. Men wordt dan in staat geacht een gedeelte van de bijzondere kosten zelf te dragen. De gemeente mag zelf bepalen of zij een hogere inkomensgrens gewenst achten, met name bedoeld voor personen met een inkomen dat iets boven de bijstandsnorm is gelegen. Tot 2007 lag de grens in Oldenzaal op 105%. In 2007 is de grens bepaald 120%, met name om de armoedeval tegen te gaan. Deze inkomensgrens hebben we vanaf dat moment ook gehanteerd voor de gemeentelijke regelingen (Bijdragefonds en collectieve ziektekostenverzekering). Vanaf 2012 is voor gemeentelijke regelingen nog slechts een inkomensgrens van 110% toegestaan. Voor bijzondere bijstand geldt deze beperking formeel niet. Dat is naar de burger toe, die gebruik maakt van minimaregelingen, niet uit te leggen. Als het inkomen boven de inkomensgrens ligt betekent dat echter niet dat geen recht meer bestaat op bijzondere bijstand, maar dat de aanvrager een eigen bijdrage moet betalen van 25% van het inkomen boven 110% van de bijstandsnorm. Dit noemen we de draagkracht. Voorstel: Omwille van de uniformiteit ook voor de individuele bijzondere bijstand een inkomensgrens van 110% hanteren.

Rechtspraak bij dit artikel