Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.5

Schulddienstverlening

Onderdeel van Minimabeleid Oldenzaal 2013 e.v.

Door de huidige economische situatie moesten ook de gemeentelijke uitgaven worden aangepast waarbij de uitgaven verbonden aan schulddienstverlening niet buiten schot zijn gebleven. Om binnen het beschikbare budget te blijven hebben we in overleg met de Stadsbank een aantal maatregelen moeten nemen, te weten het recidivebeleid en de Budgetbeheer basis rekening (BBR). Om schulddienstverlening enigszins beheersbaar te houden is het zgn. recidivebeleid ingevoerd. In dat kader bieden we inwoners één kans op schuldbemiddeling. Klanten die door onvoldoende medewerking uitvallen of op eigen verzoek de aanvraag hebben beëindigd, krijgen de komende twee jaar niet opnieuw toegang tot het aanbod. Dat geldt ook voor personen die binnen twee jaar na beëindiging van het schuldhulpverlening traject hier weer een beroep op doen. Een streng recidivebeleid vraagt goede voorlichting aan de poort. Mensen moeten zich realiseren dat ze maar één kans krijgen. Verspelen ze die ene kans, dan zit een schuldenvrije toekomst er voorlopig niet in. Crisissituaties vormen hierop een uitzondering. Hiervan kan sprake zijn wanneer er een acute dreiging is in de vorm van een aangezegde huisuitzetting of afsluiting van energie. In het kader van budgetbeheer wordt gebruik gemaakt van BBR rekeningen. Was het tot voor kort gebruikelijk dat standaard een BBR-totaal rekening werd aangeboden, waarbij alle betalingen werden geregeld, is dat recent gewijzigd in een standaard BBR basis rekening. Bij een dergelijke rekening worden alleen de vaste lasten ingehouden. Slechts in uitzonderingssituaties wordt nog gebruik gemaakt van de BBR totaal. Per 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking getreden. Dit betekent o.a. dat de gemeente binnen vier weken in actie moet komen als mensen met financiële problemen om hulp vragen. In acuut bedreigende situaties, zoals uithuiszettingen of afsluiting van gas, water en elektriciteit, bedraagt de termijn waarbinnen hulp moet worden geboden uiterlijk drie dagen. Gemeenten moeten voor vier jaren een beleidsplan vaststellen. Wat de beleidsvoornemens betreft verwijzen wij u derhalve naar dit plan dat in december door de raad wordt vastgesteld. Net als in de gezondheidszorg geldt ook voor schuldsituaties dat voorkomen altijd beter is dan genezen. Om die reden is in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening opgenomen dat van de gemeente wordt verwacht dat zij maatregelen neemt om te voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen en dat er invulling wordt gegeven aan preventie en nazorg. Schuldenproblematiek is in veel situaties een gedragsprobleem. Verkeerde keuzes, geen bereidheid om bepaalde concessies te doen of het onvermogen om realistische inschattingen te maken, spelen in veel schuldsituaties een rol bij het ontstaan van de financiële problemen. Preventie en nazorg is gericht op het voorkomen dat burgers (opnieuw) schulden krijgen. Wij willen de komende beleidsperiode actief inzetten op preventie door middel van voorlichting en informatievoorziening. In het kader van nazorg willen wij in samenwerking met de ketenpartners de mogelijkheden in kaart brengen voor een nazorgproject. Dit temeer omdat preventie en nazorg ons de mogelijkheid biedt om de instroom in de schuldhulpverlening enigszins in de hand te houden. Daarnaast worden hierdoor belemmeringen voor participatie en/of maatschappelijke kosten voorkomen. Zoals onder 4.6 wordt aangegeven willen we een gedeelte van het budget dat door de raad beschikbaar is gesteld voor een Sociaal fonds aanwenden voor preventie en nazorg.

Rechtspraak bij dit artikel