Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën van woonruimte
worden bij het verlenen van huisvestingsvergunningen als urgent
woningzoekenden aangewezen: woningzoekenden met een;
een maatschappelijke urgentie;
een medische urgentie;
een volkshuisvestelijke urgentie;
een sociale urgentie.
indien en voor zover zij voldoen aan de in artikel 4 genoemde algemene
voorwaarden voor het verkrijgen van een urgentiebeschikking, als ook aan
de hieronder per categorie-onderdeel opgesomde criteria.
In de navolgende gevallen is sprake van een
maatschappelijke urgentie:
een woningzoekende die mantelzorg verleent of ontvangt,
in het geval dat:
er sprake is van langdurige zorg waarvan sprake is van minimaal 8 uur
per week verdeeld over minimaal 4 dagen per week en dat de zorgrelatie
duurzaam van aard is in die zin dat hier – naar verwachting – nog
tenminste 3 jaar sprake zal zijn, en;
de vervangende huisvesting een wezenlijke bijdrage levert aan de
taakverlichting van de mantelzorger.
een woningzoekende die het slachtoffer is van problemen van
relationele aard of in verband met geweld zijn of haar woonruimte heeft
verlaten met kinderen die voor hun huisvesting aangewezen zijn op de
woning van de ouder(s), in het geval dat:
(afhankelijk van de aard en ernst van het delict) een of meerdere
aangiftes is gedaan, en;
aangetoond kan worden dat terugkeer naar de woning niet meer
mogelijk is.
een woningzoekende met kinderen die voor hun huisvesting aangewezen
zijn op de woning van de ouder(s) die hun woonruimte moeten verlaten
door gedwongen verkoop van hun woonruimte, in het geval dat:
de woningzoekende een schrijven van de bank of de
hypotheekverstrekker kan overleggen waaruit blijkt dat sprake is van
gedwongen verkoop, en;
er naar objectieve maatstaven geen andere, goedkopere, woning
gekocht of gehuurd kan worden, en;
de gedwongen verkoop niet het gevolg is van verwijtbaar
(betaal)gedrag.
een woningzoekende met kinderen die voor hun huisvesting aangewezen
zijn op de woning van de ouder(s) die hun woonruimte moeten verlaten
door echtscheiding, ontbinding van het geregistreerd partnerschap,
beëindiging samenwoning op basis van een notarieel vastgelegd
samenlevingscontract of beëindiging samenwoning waarbij sprake is van
gezamenlijk ouderlijk gezag, waarbij de dreiging van dakloosheid van de
betrokken kinderen zich voordoet, in het geval dat:
de woningzoekende een gelijk deel of de meerderheid van de zorg
heeft over de kinderen, en;
de kinderen staan ingeschreven bij de woningzoekende in de
gemeentelijke Basisregistratie Personen, en;
de woningzoekende met objectieve gegevens kan aantonen dat door de
woningzoekende het recht is geclaimd om in de huidige woonruimte te
blijven wonen, als ook voldoende alimentatie of ander inkomen om de
woonlasten op te kunnen brengen zijn geclaimd en deze claim niet is
toegekend dan wel dat het niet zinvol is om een dergelijke claim te
leggen waarvan in ieder geval sprake is in het geval dat
de betreffende woning op naam van de partner staat, voor zover er
geen sprake is van gemeenschap van goederen, en;
de partner, waarbij de claim zou worden neergelegd, aantoonbaar een
uitkering op bijstandsniveau heeft, en;.
de woningzoekende met objectieve gegevens kan aantonen dat het
huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de samenwoning duurzaam van
aard was. Van duurzaamheid is sprake wanneer het huwelijk dan wel de
samenleving minimaal twee jaren heeft bestaan en korter dan zes maanden
geleden is verbroken.
Het bepaalde onder 2°is niet van toepassing indien en voor zover de zorg
voor de kinderen voor gelijke delen tussen de ouders is verdeeld en het
kind aantoonbaar op het woonadres van de andere ouder staat
ingeschreven.
Het bepaalde onder 3° en 4° is niet van toepassing indien er sprake is
van zwaarwegende redenen zoals bedreiging door (ex)partner.
een woningzoekende met kinderen die voor hun huisvesting aangewezen
zijn op de woning van de ouder(s) die vanuit een bijstandssituatie
doorgestroomd is naar een structurele betaalde baan in het Stedelijk
Gebied Eindhoven, in het geval dat,
de baan van dien omvang is dat de woningzoekende ten gevolge van de
daaruit verkrijgen inkomsten niet meer voor het verkrijgen van een
bijstandsuitkering in aanmerking komt, en;
vanwege de situatie en de afstand van de woningzoekende
redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat hij/zij forenst.
In de navolgende gevallen is sprake van een
medische urgentie:
een woningzoekende waarbij sprake is van ernstige
fysiek-, psychiatrische of psychische problemen die het
functioneren in de huidige woonsituatie ernstig en
duurzaam belemmeren in het geval dat:
de aard en ernst van de problematiek door onafhankelijk medisch,
psychiatrisch of psychologisch onderzoek wordt aangetoond, en;
andere huisvesting noodzakelijk is voor de oplossing of het draaglijk
maken van het medisch probleem.
een woningzoekende die in het kader van de Wmo een indicatie heeft
voor verhuizing in verband met ernstige fysieke beperkingen, in het
geval dat:
de verhuizing spoedeisend is, en;
de verhuizing is de goedkoopste adequate voorziening.
In de navolgende gevallen is sprake van een
volkshuisvestelijke
urgentie:
een statushouder;
een huurder van een woning van een woningcorporatie die
op grond van een sociaal plan bij herstructurering of
sloop van huurwoningen in aanmerking komt voor
vervangende huisvesting;
een huishouden dat vanwege de opkoop van zijn woning
door de gemeente in het belang van de uitvoering van
openbare werken, buiten het kader van
stadsvernieuwingsprojecten om, in aanmerking komt voor
vervangende huisvesting.
In de navolgende gevallen is sprake van een
sociale urgentie:
een woningzoekende die vanuit een intramurale setting
met begeleiding (maatwerkvoorziening) doorstroomt naar
zelfstandige woonruimte;
een woningzoekende die vanwege problemen van relationele
aard of huiselijk geweld in een instelling verblijft en
uitstroomt naar zelfstandig wonen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 5
Urgentiecriteria/categorieën
Onderdeel van Urgentieverordening gemeente Geldrop-Mierlo 2016