Een parkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3.2 onder e kan worden verleend aan de houder van een motorvoertuig, wanneer deze in verband met de tijdelijke uitoefening van zijn beroep en/of bedrijf in een gebied waar parkeerapparatuur- en/of vergunninghouderparkeerplaatsen aanwezig zijn, aangewezen is op gebruikmaking van zijn motorvoertuig.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.7
Vergunningen voor storing, onderhoud en reparaties
Onderdeel van Parkeerverordening 2016