Een parkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3.2 onder f kan worden verleend aan een houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar parkeerapparatuur- en/of vergunninghouderparkeerplaatsen aanwezig zijn.
Aan een vergunning voor autodate kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, zoals die luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.