Voor de toepassing van het sociaal statuut wordt verstaan onder:
Bovenformatief
De situatie waarin er meer medewerkers (uitgedrukt in fte) zijn dan
formatieplaatsen zonder dat dit leidt tot de aanwijzing van
boventallige medewerkers.
Boventalligheid
De situatie dat een medewerker wegens een organisatiewijziging niet
kan terugkeren in de formatie na de organisatiewijziging.
Boventallig verklaarde medewerker
De medewerker in dienst van de gemeente die als gevolg een
organisatiewijziging zijn/haar functie heeft verloren en die (nog)
niet is geplaatst of herplaatst in de formatie van de nieuwe
organisatie.
CAR-UWO
De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/Uitwerkingsovereenkomst
voor de sector gemeenten.
Formatie
Formeel vastgesteld samenstel van functies met waarderingsniveaus
en het aantal plaatsen, uitgedrukt in fte, binnen (een onderdeel
van) de gemeente Opmeer.
Formatieplan
Een inventarisatie van de beschikbare formatie en functies van de
organisatie, inclusief het organogram van de organisatie na de
organisatiewijziging.
Functie
Het geheel van werkzaamheden dat de medewerker volgens zijn
taakinventarisatie verricht.
Geschikte functie
Een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar
die de medewerker bereid is te vervullen. Er is geen sprake van
acceptatieplicht. Bij inpassing in een lager functieniveau is het
streven binnen twee jaar de medewerker minimaal op het oude
functieniveau geplaatst te hebben.
Gewijzigde functie
Een functie die meer dan 25% in taakinhoud en tijdsbesteding wijzigt
ten opzichte van de functie die de medewerker voor de
organisatiewijziging vervulde.
GO
Het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel 121a, tweede lid,
Ambtenarenreglement.
Herplaatsen
Het na een organisatiewijziging plaatsen van een boventallig
verklaarde medewerker in een passende of geschikte functie binnen of
buiten de organisatie.
Looptijd
De periode van aanvang tot eind van het Sociaal Statuut.
Management
Het managementteam van de gemeente Opmeer, bestaande uit de
gemeentesecretaris en de sectorhoofden.
Medewerker
De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, lid 1 sub a van de
CAR-UWO.
Nieuwe functie
Een functie die voor de organisatiewijziging niet voorkwam binnen de
organisatie.
Ongewijzigde functie
Een functie die in belangrijke mate, ten minste 75% in taakinhoud en
tijdsbesteding, gelijk is aan de functie die de medewerker voor de
organisatiewijziging vervulde.
Organisatiewijziging
Een belangrijke wijziging in de organisatiestructuur, reductie van
de formatieomvang, een wijziging van het organogram en/of een
wijziging van het takenpakket (van een deel) van de organisatie,
zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden en
tenminste 3 fte betreft, en die nadelige gevolgen heeft – of kan
hebben – voor medewerkers. Of de wijziging belangrijk is, kan
afgemeten worden aan:
de reikwijdte van de wijziging (hoeveel medewerkers erbij
betrokken zijn), en
de ingrijpendheid van de wijziging (hoe ingrijpend zijn de
gevolgen voor de betrokken medewerkers.
Passende functie
Een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de
medewerker redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid,
omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden
opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde
functieniveau als de oude functie, dan wel maximaal twee
salarisschalen hoger, of één salarisschaal lager dan de oude
functieschaal. Hierbij worden de tussenschalen (10a en 11a) buiten
beschouwing gelaten. Bij de inpassing bij een lagere salarisschaal
is het streven binnen twee jaar de medewerker minimaal op het oude
functieniveau te hebben. Hiervoor gelden inspanningsverplichtingen
van zowel werkgever als werknemer.
Plaatsing
Het proces waarbij de medewerker wordt overgeplaatst naar een nieuw
organisatieonderdeel of uit dienst treedt bij de huidige werkgever
en in dienst komt bij een andere werkgever die de gemeentelijke
taken heeft overgenomen.
Plaatsingsplan
Een inventarisatie van de bemensing van een organisatorische eenheid
of de organisatie van een andere werkgever en de rechtspositie van
de individuele medewerkers (inpassing); een was – wordt- lijst.
Sleutelfuncties
Een unieke functie die (met instemming van de ondernemingsraad) is
aangewezen als zijnde van vitaal belang voor de organisatie en
waarvoor specifieke kennis dan wel specifieke kwaliteiten vereist
zijn. Deze functies nemen een sleutelpositie binnen de organisatie
in en worden op basis van geschiktheidseisen ingevuld.
Uitbesteding
In dit document is uitbesteding de verzamelterm voor
privatiseringen, verzelfstandigen en publiekrechtelijke
taakoverhevelingen.
Werkgever
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
Opmeer.