De gemeente moet bij de besluitvorming en het uiteindelijke besluit niet alleen rekening te houden met bijvoorbeeld de bepalingen in de Wet kinderopvang, de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en de Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang, maar ook met de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en een aantal strafrechtelijke bepalingen. Zie ook hoofdstuk 4.
In het kader van het tweedelijnstoezicht zijn de gemeenten door de minister rapportage verplichtingen opgelegd. De gemeente moet jaarlijks verantwoording afleggen over de kwaliteit van de geboden kinderopvang en het door haar uitgeoefende toezicht en handhaving. Naast bestaande wettelijke verplichtingen volgens de Wk. is het ook vanuit het oogpunt van behoorlijk bestuur noodzakelijk om van elke overtreding een nauwgezet rapport op te maken.
Waar de gemeente over diverse juridische instrumenten beschikt om naleving van de (kwaliteits)eisen af te dwingen, is het gewenst om beleid te formuleren wat de (juridische) consequenties weergeeft van het overtreden van bepaalde regels. De gemeente zal de toezichthouder ook duidelijk moeten maken welke (al dan niet vermeende) overtredingen direct moeten worden op- en -aangepakt. De toezichthouder (en exploitant) moet vervolgens adequaat worden geïnformeerd over het genomen besluit (en het vervolg).
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Noodzaak ontwikkelen beleid/ beleidsregels
Onderdeel van Handhavingsbeleid Wet Kinderopvang Oldenzaal 2009