Naar hoofdinhoud

Artikel 4

- Draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand voor kosten huishoudelijke hulp

De draagkrachtperiode begint op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend. De draagkrachtperiode eindigt maximaal 12 maanden na de in het eerste lid bedoelde datum. Een vastgestelde draagkracht kan gedurende het jaar gewijzigd worden bij een wijziging in de financiële omstandigheden. Toelichting: Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen (artikel 35, lid 1, laatste volzin Participatiewet). Het eerste lid bepaalt dat de draagkrachtperiode en daarmee de bijstandsverlening beginnen op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend. Artikel 44 Participatiewet bepaalt dat bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voorzover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. Het is op grond van huidig beleid van de gemeente toegestaan een aanvraag om bijzondere bijstand binnen drie maanden nadat de kosten zijn gemaakt nog in te dienen. Een eventueel bewijsrisico vanwege de late aanvraag komt voor rekening van de aanvrager.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel