Naar hoofdinhoud
De draagkracht in het inkomen is: 0% van het inkomen dat minder bedraagt dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; 35% van het inkomen dat meer bedraagt dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel b van de Participatiewet, de toepasselijke bijstandsnorm verhoogd met 1/12e deel van het bedrag genoemd in artikel 2, zesde lid van de Wet op het kindgebonden budget. Het vermogen dat meer bedraagt dan het toepasselijke vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34, derde lid van de Participatiewet wordt voor de vaststelling van de draagkracht geheel in aanmerking genomen. Tot het vermogen wordt niet gerekend het in de eigen woning, bedoeld in artikel 50, eerste lid Participatiewet, gebonden vermogen. Indien een aanvrager toegelaten is tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of als een minnelijk schuldhulpverleningstraject loopt wordt de aanvrager zolang de toelating tot de WSNP of het traject niet is beëindigd niet geacht over draagkracht in inkomen en vermogen te beschikken. De individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet en de individuele studietoeslag als bedoeld in artikel 36a van de Participatiewet worden niet tot de draagkracht gerekend. Toelichting: Het college verleent bijzondere bijstand als de kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag en het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Draagkracht in inkomen In de Participatiewet is de bijstandsnorm gedefinieerd als de op grond van paragraaf 3.2 van die wet op de belanghebbende van toepassing zijnde norm. Van het inkomen dat meer bedraagt dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm moet 35% worden aangewend om in de kosten van huishoudelijke hulp te voorzien. Door de introductie van de kostendelersnorm in de Participatiewet is de bijstandsnorm in meerpersoonshuishoudens afhankelijk van het aantal personen in de huishouding. Omdat in een dergelijke huishouding de huishoudelijke taken door meerdere personen kunnen worden uitgevoerd zal in dergelijke huishoudens in het algemeen minder gebruik van huishoudelijke hulp worden gemaakt (gebruikelijke zorg)? Met ingang van 2015 wordt de bijstandsnorm voor alleenstaande ouders lager vastgesteld dan nu het geval is. De lagere norm wordt grotendeels gecompenseerd door een verhoging van het kindgebonden budget. Draagkracht in vermogen In artikel 34 WWB is bepaald dat een bepaald bedrag aan vermogen niet tot de middelen wordt gerekend. Dit is het vrij te laten vermogen. Wanneer het vermogen van de belanghebbende meer dan dit vrij te laten vermogen bedraagt, wordt de belanghebbende geacht (een deel van) de kosten uit dit hogere vermogen te voldoen. Het vrij te laten vermogen bedraagt voor alleenstaanden €5.850 en voor alleenstaande ouders en gehuwden €11.700. Vermogen, gebonden in de eigen woning, wordt buiten beschouwing gelaten. Het gaat daarbij om de woning die door de belanghebbende en zijn gezin wordt bewoond. Vermogen, gebonden in een andere, niet door de belanghebbende bewoonde woning wordt wél in aanmerking genomen. De algemene regel is dat bijstand om niet wordt verleend (artikel 48 Participatiwet). Bijzondere bijstand kan niet onder verband van krediethypotheek worden verleend (artikel 50 Participatiewet). In het laatste lid is expliciet opgenomen dat een ontvangen individuele inkomenstoeslag en individuele studietoeslag niet tot de draagkracht wordt gerekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel