De aan het college toegekende herstellende handhavingmiddelen houden
het volgende in.
2.2.1 Aanwijzing
Indien de toezichthouder een overtreding van de bij of krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3, Wkkp gegeven voorschriften heeft geconstateerd, geeft het college de houder in beginsel een schriftelijke aanwijzing. Het opleggen van een aanwijzing is in beginsel de eerste (juridische) stap in het kader van het herstellende handhavingtraject na het constateren van een overtreding. In deze aan-wijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke punten de voorschriften niet of onvol-doende worden nageleefd en welke maatregel binnen welke termijn door de houder genomen dient te worden teneinde de overtreding te beëindigen.
In hoofdstuk 4 is per opvangsoort aan iedere overtreding een prioriteit toegekend (hoog, gemiddeld of laag), welke tot uiting komt in de genoemde hersteltermijn. Bij het geven van een aanwijzing geldt de vastgestelde hersteltermijn als uitgangspunt, het college kan hier echter (gemotiveerd) van afwijken. De houder dient de maatregel binnen de in de aanwijzing gestelde termijn te nemen. Om te controleren of de overtreding daadwerkelijk is beëindigd, kan worden besloten dat de toezichthouder bij de eerstvolgende inspectie nagaat of de maatregel is genomen en de overtreding derhalve is beëin-digd. Zo nodig kan het college bewijsstukken opvragen of de toezichthouder vragen een herinspectie te verrichten teneinde te controleren of de overtreding is beëindigd. Indien de overtreding niet is beeindigd, volgt de volgende stap uit het herstellende handhavingtraject.
2.2.2 Last onder bestuursdwang
Het college kan de overtreder na het begaan van een overtreding een last onder bestuursdwang opleggen. In onderhavig handhavingsbeleid is er voor gekozen om een last onder bestuursdwang in beginsel slechts op te leggen indien een aanwijzing niet is opgevolgd. Dit neemt niet weg dat in uit-zonderlijke gevallen na het constateren van de overtreding gelijk tot het opleggen van een last onder bestuursdwang kan worden overgegaan. De last beschrijft de te nemen herstelmaatregel en de termijn waarbinnen deze moet worden uitgevoerd. Indien deze last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, kan het college de last door feitelijk handelen zelf ten uitvoer leggen op kosten van de overtreder. Slechts een beperkt aantal voorschriften uit de Wkkp leent zich voor het toepassen van bestuursdwang. Bij de betreffende voorschriften is deze optie onder stap 2 opgenomen.
2.2.3 Last onder dwangsom
Een last onder dwangsom behelst enerzijds een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtre-ding en anderzijds de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Direct na het begaan van een overtreding kan het college aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. In beginsel zal echter, conform het onderhavige handhavingsbeleid, eerst worden overgegaan tot het opleggen van een aanwijzing en zal slechts een last onder dwangsom worden opgelegd indien de aanwijzing niet is opgevolgd.
2.2.4 Verbieden van het voortzetten van de exploitatie
Het college kan een houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang (de gastouder) of peuterspeelzaal voort te zetten, zolang een bevel (gegeven door de toezichthouder) of een aanwijzing niet wordt opgevolgd en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.
2.2.5 Verwijdering uit het Landelijk Register Kinderopvang
Het college kan een kindercentrum, gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang verwijderen uit het register indien bij de jaarlijkse inspectie of een incidenteel onderzoek blijkt dat de houder naar verwachting niet, dan wel niet langer, voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3, Wkkp gegeven voorschriften.
Alle bovengenoemde sancties zijn gericht op herstel van een overtreding. Dit brengt met zich dat in-dien een opgelegde sanctie niet wordt opgevolgd opnieuw een herstelsanctie kan worden opgelegd. Indien deze eveneens niet wordt opgevolgd kan wederom een herstelsanctie worden opgelegd etcetera, totdat de overtreding is beëindigd. In beginsel gelden de stappen, zoals vastgelegd in onderhavig handhavingsbeleid. Het is echter ook mogelijk dat tweemaal dezelfde soort herstelsanctie wordt opgelegd. Indien bijvoorbeeld een last onder dwangsom niet is opgevolgd, kan door middel van een nieuw besluit nogmaals een (hogere) last onder dwangsom worden opgelegd. Dit is thans nog niet vastgelegd voor peuterspeelzalen.
Aan alle overtredingen is een prioritering toegekend. Deze varieert van ‘laag’, ‘gemiddeld’ tot ‘hoog’. Afhankelijk van deze prioritering is een hersteltermijn vastgelegd. Bij ieder vereiste staat aangegeven wat de verschillende handhavingstappen zijn die bij overtreding van het vereiste kunnen worden gevolgd. De eerste stap zal in beginsel zijn het opleggen van een aanwijzing (stap 1), eventueel gevolgd door het opleggen van een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang of een exploitatie-verbod (stap 2) en als laatste stap verwijdering uit het LRK (stap 3). Omdat bij het begaan van een overtreding met een prioritering ‘laag’ of ‘gemiddeld’ het opleggen van een exploitatieverbod of ver-wijdering uit het LRK niet voor de hand ligt, maar wel mogelijk is, zijn in die gevallen deze twee stappen in het grijs aangegeven.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Herstellende sancties
Onderdeel van Beleidsregels handhaving kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen regio Twente