Het college hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en
Peuterspeelzalen bij het uitvoeren van de handhavingacties die nodig
zijn indien een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau,
voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan
één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
peuterspeelzalen (in het vervolg kortweg aangeduid als Wet
kinderopvang/Wko) en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder
het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Besluit
kwaliteit), de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
(verder: Regeling kwaliteit), de Beleidsregels werkwijze toezichthouder
2012 en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. In
het model zijn de algemene stappen opgenomen die het college kan
hanteren bij geconstateerde overtredingen van de kwaliteitseisen.
Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten
worden. Proportionaliteit is daarbij van belang. Daardoor zijn niet
automatisch alle genoemde stappen onverkort van toepassing op een
geconstateerde overtreding. Telkens zal afgewogen worden of toepassing
in dit specifieke geval onder meer proportioneel is.
Dit Afwegingsmodel heeft als basis de model(inspectie)rapporten van GGD
Nederland. De voorwaarden in het rapport en het Afwegingsmodel zijn
gelijk. Voor de leesbaarheid van het Afwegingsmodel zijn diverse
voetnoten die in het modelrapport zijn opgenomen ten behoeve van de
inspectie, niet overgenomen in het Afwegingsmodel. Dit betekent echter
niet dat de toelichtingen in de voetnoten niet van overeenkomstige
toepassing zijn op de bepalingen van het Afwegingsmodel.
Start handhavingtraject
Het gemeentelijke handhavingtraject begint direct na ontvangst van het
inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een
handhavingadvies aan het college. In het rapport is het ‘Overzicht
bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het
afwegen van de te ondernemen handhavingactie. In dit overzicht
beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden
waar de houder niet aan voldoet. Ook de resultaten van eventueel door de
inspecteur toegepast overleg en overreding worden hierin genoemd. Het
college kan de aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de
inspanning van de houder etc. mee laten wegen bij het beoordelen van de
te nemen handhavingactie.
Het college kan in bijzondere gevallen overwegen eerst een schriftelijke
waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van
mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen.
Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en
betekenen daarom een uitstel van het handhavingtraject.
Handhaving voorschoolse educatie
Voorschoolse educatie wordt door het college slechts getoetst en
gehandhaafd voor zover het gesubsidieerde voorschoolse educatie betreft.
Voor voorschoolse educatie kan door het college gekozen worden om bij
tekortkomingen te handhaven via de subsidie(-voorwaarden) of op grond
van de Wet kinderopvang. Indien gekozen wordt voor de Wet kinderopvang
is onderhavig handhavingsbeleid van toepassing. Wordt gekozen voor
handhaving via de subsidie dan zijn de subsidieverordening en de
subsidiebeschikking met de subsidievoorwaarden van toepassing.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
Onderdeel van AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN